Ik besloot de AMV te verlaten omdat ik harp wilde studeren bij mevrouw Berghout. Ik vond haar zo’n buitengewoon persoon dat ik dacht: ofwel studeer ik bij haar, ofwel studeer ik helemaal geen muziek. Ik nam het risico, en gelukkig werd ik toegelaten.
Een andere herinnering is veel ongemakkelijker. Op de basisschool werd een jongen uit mijn klas, Peter Bunen, door de directeur de trap afgeschopt nadat hij in zijn broek had geplast omdat hij niet naar het toilet mocht. We stonden daar maar toe te kijken. Ik greep niet in en durfde niets te zeggen. Niemand anders deed dat ook.
Waarom doe je het ene moment wat voor jou goed voelt, zelfs als je niet weet hoe het zal aflopen, terwijl je op een ander moment zwijgt, ook al weet je dat er iets niet klopt?